Wat zegt de Arbowet over werken op hoogte?
De Arbowet en het Arbeidsomstandighedenbesluit verplichten werkgevers om valgevaar te voorkomen zodra er op hoogte gewerkt wordt, in de praktijk vanaf ongeveer 2,5 meter. Daarbij geldt een vaste volgorde: eerst wordt gekeken naar een collectieve, bouwkundige oplossing zoals dakrandbeveiliging, pas als dat technisch niet haalbaar is mag worden teruggevallen op persoonlijke beschermingsmiddelen. Naast de werkgever heeft ook de gebouweigenaar een eigen wettelijke zorgplicht, vanuit het Besluit bouwwerken leefomgeving, om een dak sowieso veilig onderhoudbaar te maken.
Vanaf welke hoogte is valbeveiliging verplicht?
De vuistregel is 2,5 meter: vanaf die hoogte moet een werkgever maatregelen treffen om valgevaar weg te nemen. Dat betekent niet dat daaronder alles is toegestaan. Ook bij een lagere hoogte moet een werkgever het risico beoordelen en wegnemen zodra dat risico aanwezig is, bijvoorbeeld bij een dakrand direct boven een put of een verhoogd talud. De afweging hoort thuis in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E): kan het werk vanaf de grond of vanaf een vaste vloer worden gedaan, en zo niet, welk risico blijft er dan over en hoe wordt dat weggenomen.
Eerst collectief, dan pas individueel: de arbeidshygiënische strategie
De wet schrijft een vaste volgorde voor bij het kiezen van een oplossing, de zogenoemde arbeidshygiënische strategie. Eerst wordt gekeken naar een gebouwgebonden, collectieve voorziening, zoals vaste dakrandbeveiliging die deel uitmaakt van het gebouw en iedereen beschermt zonder dat er iets aan- of afgekoppeld hoeft te worden. Pas als dat technisch niet haalbaar is, komt een aanvullende collectieve voorziening in beeld, zoals een rolsteiger. Daarna pas volgen voorzieningen voor één persoon, zoals een ankerpunt of lijnsysteem, en pas als laatste stap persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een harnas met vallijn.
Deze volgorde is niet vrijblijvend. Een stap lager mag alleen worden gezet als de hogere maatregel aantoonbaar technisch onmogelijk is, nooit omdat die duurder zou zijn. Bij valgevaar mogen economische overwegingen dus geen rol spelen in die keuze. Dit verklaart ook waarom dakrandbeveiliging in de praktijk vaak de voorkeursoplossing is: het is een permanente, collectieve voorziening. Ankerpunten en lijnsystemen zijn waardevolle en vaak noodzakelijke aanvullingen, maar volgens de wet is dat de volgende stap, niet het startpunt.
Wie is verantwoordelijk: de werkgever of de gebouweigenaar?
Beide, maar op basis van een andere wet. De Arbowet verplicht de werkgever om zijn werknemers te beschermen tijdens de uitvoering van het werk, ongeacht of dat een eigen medewerker is of een ingehuurde partij. Los daarvan legt het Besluit bouwwerken leefomgeving een eigen zorgplicht bij de gebouweigenaar: het gebouw zelf moet zodanig zijn dat onderhoud er veilig aan uitgevoerd kan worden, onafhankelijk van wie dat onderhoud op een gegeven moment uitvoert.
Tijdens de bouw of verbouwing ligt de verantwoordelijkheid bij de vergunninghouder of opdrachtgever, tijdens het gebruik van het gebouw bij de eigenaar en/of gebruiker. Belangrijk om te weten: deze verantwoordelijkheid kan wettelijk niet worden weggedelegeerd, ook niet door het onderhoud uit te besteden aan een aannemer of onderhoudsbedrijf. Wat een eigenaar wel kan regelen, is dat hij via de overeenkomst met een uitvoerende partij de aansprakelijkheid bij een fout daar neerlegt.
Wat moet je vastleggen: coördinator, dossier en checklist
Bij nieuwbouw of een ingrijpende verbouwing wijst de opdrachtgever een coördinator ontwerpfase aan, die erop toeziet dat veilig onderhoud al in het ontwerp is meegenomen. De gemaakte keuzes, welke voorzieningen aanwezig zijn en met welke gevaren bij onderhoud rekening gehouden moet worden, horen in een dossier te staan. Voor bestaande gebouwen wordt de beoordeling van eventuele bouwkundige veiligheidsvoorzieningen gedaan aan de hand van de Checklist Veilig onderhoud op en aan gebouwen.
Dit dossier is niet alleen een formaliteit. Zonder een compleet installatiedossier en technische onderbouwing kan een aanwezige valbeveiliging bij een keuring worden afgekeurd, ook als die er fysiek prima uitziet: zonder documentatie is namelijk niet vast te stellen of het systeem conform de geldende normen gemonteerd is en constructief geschikt is voor de onderliggende dakopbouw.
Wat gebeurt er bij controle?
De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de Arbowet en het Arbobesluit. Bij een overtreding kan een boete volgen, en bij acuut gevaar, zoals werk op hoogte zonder enige vorm van valbeveiliging, kan het werk direct worden stilgelegd. Los van de boete zelf loop je bij een ongeval het risico op aansprakelijkheid en reputatieschade, wat in de praktijk vaak zwaarder weegt dan de boete.
Wil je verder lezen? Bekijk wat valbeveiliging kost of wat er verandert met de nieuwe EN 17235-regelgeving.
Veelgestelde vragen
- Is valbeveiliging verplicht op elk plat dak?
- Niet automatisch. Verplicht is het zodra er een reëel valgevaar bestaat bij het gebruik of onderhoud van het dak en dat gevaar niet op een andere manier kan worden weggenomen. In de praktijk betekent dit dat vrijwel elk dak waar periodiek onderhoud plaatsvindt, denk aan installaties, dakbedekking of goten, een vorm van valbeveiliging nodig heeft.
- Wie is aansprakelijk bij een ongeval zonder valbeveiliging?
- De werkgever van de persoon die het werk uitvoert is primair verantwoordelijk vanuit de Arbowet. Daarnaast kan de gebouweigenaar worden aangesproken als blijkt dat het gebouw niet voldeed aan de zorgplicht uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Beide verantwoordelijkheden bestaan naast elkaar en vervallen niet door het werk uit te besteden.
- Mag ik voor losse ankerpunten kiezen in plaats van dakrandbeveiliging?
- Alleen als een collectieve oplossing zoals dakrandbeveiliging technisch niet haalbaar is. Bij valgevaar mag die keuze niet op basis van kosten worden gemaakt: de wet verplicht om eerst de hoogst haalbare maatregel te onderzoeken voordat een lagere stap is toegestaan.
- Wat als blijkt dat mijn gebouw geen dossier heeft?
- Dan kan een aanwezige voorziening bij een keuring worden afgekeurd, ook als die er goed uitziet, omdat niet aantoonbaar is dat hij constructief geschikt en correct gemonteerd is. Een aanvullende inventarisatie met documentatie lost dit meestal op.
Wil je weten of jouw dak aan de eisen voldoet?
De snelste manier om zekerheid te krijgen is een dakinventarisatie. Onze adviseurs beoordelen dan het valgevaar op jouw dak, toetsen dit aan de arbeidshygiënische strategie en adviseren welke voorziening daadwerkelijk verplicht is en welke een verstandige aanvulling. Plan een vrijblijvende inventarisatie aan of bekijk eerst welke oplossing bij jouw dak past onder dakrandbeveiliging, ankerpunten of keuring en onderhoud.
Plan een vrijblijvende inventarisatie